SpotKat
Een bruine cyperse kat wrijft met een voorpoot langs zijn neus op terracottategels naast een open achterdeur, rustig en gezond.

Waarom niest mijn kat? (niesziekte)

Af en toe niezen is normaal. Veel niezen met vocht uit neus of ogen, zere ogen of minder eten kan besmettelijke niesziekte zijn en vraagt een dierenarts.

Een niesje af en toe is normaal: de neus ruimt stof of een kriebel op. Niezen dat vaak voorkomt of samengaat met een loopneus of loopogen, zweertjes in de mond of minder eten kan niesziekte zijn, een besmettelijke infectie van de bovenste luchtwegen. Een dierenarts bepaalt de oorzaak. Bel snel bij bloed, benauwdheid, niet eten of bij elk kitten met klachten.

Wat je kunt zien

  • Spoed: ga nu

    Meer dan een dag helemaal niet eten

    Een kat die niet eet, kan snel uitdrogen en ziek worden. Ga vandaag naar een dierenarts.

  • Spoed: ga nu

    Ademen met open mond, moeite met ademen of in elkaar zakken

    Noodgeval. Ga nu naar een dierenarts.

  • Spoed: ga nu

    Gele huid, bloedingen, of een gezwollen kop en poten met zweren

    Noodgeval. Ga nu naar een dierenarts. Dit is de zeldzame ernstige vorm van calicivirus.

  • Binnen een paar dagen

    Dik geel, groen of troebel vocht uit neus of ogen

    Vaak een bacteriële infectie bovenop een verkoudheid. Ga naar de dierenarts.

  • Binnen een paar dagen

    Bloed in de nies of in het neusvocht

    Bel direct je dierenarts, ook als het weinig is.

  • Binnen een paar dagen

    Vocht uit één neusgat

    Wijst op iets plaatselijks, zoals een voorwerp, een tand of een gezwel. Ga naar de dierenarts.

  • Binnen een paar dagen

    Erg stinkend snot, of dik plakkerig wit vocht

    Laat de dierenarts ernaar kijken.

  • Binnen een paar dagen

    Rode, dichtgeknepen of troebele ogen

    Het oogoppervlak kan zweren hebben en pijn doen. Ga snel naar de dierenarts.

  • Binnen een paar dagen

    Zweertjes in de mond, kwijlen

    Pijnlijke zweertjes wijzen op calicivirus. Ga naar de dierenarts.

  • Binnen een paar dagen

    Minder eten of drinken

    Een verstopte neus en een zere mond nemen de eetlust weg. Bel dezelfde dag je dierenarts, en wacht niet als het een kitten is.

  • Binnen een paar dagen

    Koorts, een heel stille kat, veel meer slapen dan normaal

    De kat voelt zich ziek, niet alleen snotterig. Ga naar de dierenarts.

  • Binnen een paar dagen

    Hoesten, kokhalzen of snel ademen in rust

    Kan betekenen dat de longen of lagere luchtwegen meedoen. Ga naar de dierenarts.

  • Binnen een paar dagen

    Niezen of vocht uit de ogen bij een kitten

    Kittens kunnen snel longontsteking krijgen en uitdrogen. Bel vroeg je dierenarts.

  • Bij de volgende controle

    Elke dag niezen, in buien, of langer dan ongeveer een week

    Maak een afspraak. Noteer wanneer het gebeurt en wat er in de buurt was.

  • Bij de volgende controle

    Helder, waterig vocht uit neus of ogen

    Vaak in het begin bij een prikkel of virus. Houd je kat in de gaten en bel de dierenarts als het blijft of er andere klachten bijkomen.

  • Bij de volgende controle

    Een kitten dat na een verkoudheid kreupel loopt

    Gaat meestal vanzelf over, maar vertel het de dierenarts.

  • Geen haast

    Eén niesje, of een paar na een kriebel van stof

    Normaal. De neus ruimt zichzelf op.

Een niesje of niesziekte?

Een niesje is de neus die iets opruimt. Eén keer niezen, of een paar keer na een kriebel van stof, is normaal en gaat binnen enkele minuten voorbij.

Niezen betekent dat het slijmvlies in de neus geprikkeld is. Het is zelf geen ziekte, dus de oorzaak is belangrijker dan het niesje.

Hoe vaak je kat niest, wat er uit neus en ogen komt en of hij nog eet en speelt, zegt meer dan één niesje.

Niesziekte (ook wel kattengriep) is een verzamelnaam voor meerdere infecties van de bovenste luchtwegen die niezen en vocht geven. Het is niet één ziekte en heeft niets met de menselijke griep te maken.

Twee virussen, het feline herpesvirus en het feline calicivirus, veroorzaken ongeveer 90 procent van de niesziekte, vaak samen met bacteriën zoals Chlamydia felis, Bordetella bronchiseptica en Mycoplasma felis.

Herpesvirus tast vooral de ogen en neus aan, soms met zweertjes op het oogoppervlak. Calicivirus geeft vaker zweertjes in de mond, vooral op de tong, en mildere oogklachten.

Waarom niest een kat?

Prikkelende stoffen zijn een veelvoorkomende reden voor af en toe niezen: stof, stoffige kattenbakvulling, parfum, sigarettenrook, geurkaarsen, geurverstuivers met etherische oliën, schoonmaakmiddelen, schimmel en pollen.

Katten kunnen iets als hooikoorts hebben (allergische neusontsteking). Vaak is niet duidelijk waar de neus op reageert, dus vraag het de dierenarts als je een allergie vermoedt.

Infectie is de andere grote groep. Niesziekte is het bekendst, maar stof en infectie lijken in het begin op elkaar, daarom tellen de extra klachten.

Een grasspriet, zaadje of stukje kattenbakvulling kan in de neus of keel blijven zitten. Dat geeft plotselinge, wilde niesbuien, vaak uit één neusgat, en de dierenarts moet het onder narcose weghalen.

Gebitsproblemen kunnen zich in de neus laten zien, omdat de wortels van de bovenste tanden vlak onder de neusholte zitten. Een ontstoken tandwortel kan in de neus lopen en een lopend neusgat geven, soms aan één kant.

Poliepen zijn goedaardige gezwellen die vooral jongere katten treffen en op een infectie kunnen lijken. Tumoren in de neus komen meer voor bij katten van middelbare leeftijd en ouder; alleen een monster kan zeggen wat een gezwel is.

Zeldzamere oorzaken zijn een schimmelinfectie (Cryptococcus), opgelopen door sporen in te ademen uit vogelpoep of rottende planten. Het geeft vocht uit de neus dat blijft en bloederig kan worden. Bacteriële infecties zoals Mycoplasma of Bordetella kunnen niezen geven met erg stinkend snot of snot met bloed.

Vocht uit beide neusgaten wijst meestal op iets algemeens, zoals een virus of een allergie. Vocht uit één neusgat wijst op iets plaatselijks, zoals een voorwerp, een tand of een gezwel, ook als de kat zich verder goed voelt.

Een kat die een niesziektevaccin als neusdruppels kreeg, kan daarna 4 tot 7 dagen vaak niezen.

Hoe katten niesziekte krijgen, en waarom het terugkomt

De virussen gaan over door direct contact met een besmette kat: tranen, speeksel, neusvocht en de druppeltjes van een nies. Ze verspreiden zich ook via bakken, kattenbakken, slaapplaatsen, borstels, handen en kleding.

De klachten beginnen meestal 2 tot 6 dagen na het contact, sommige bronnen zeggen tot 10 dagen.

Hoe lang de virussen buiten de kat blijven leven, verschilt per bron. Herpesvirus overleeft kort, tot ongeveer twee dagen. Calicivirus blijft langer: enkele dagen tot een maand op droge oppervlakken.

De meeste katten die herstellen, blijven drager. Ze zien er gezond uit maar kunnen nog virus verspreiden via speeksel, tranen en neusvocht.

Herpesvirus blijft levenslang in het lichaam, verstopt in de zenuwen van het gezicht. Stress, een verhuizing, een nieuw huisdier, een pension, een operatie of steroïden kunnen het wakker maken, en de kat begint weer te niezen en virus te verspreiden, vaak ongeveer een week later.

Calicivirus wordt bij veel besmette katten continu uitgescheiden. De meeste stoppen na weken tot maanden, maar een minderheid blijft jarenlang virus verspreiden.

Een kat die gezond lijkt, kan het virus toch doorgeven. In een onderzoek in een asiel had 31 procent van de katten die positief testten helemaal geen klachten. Tot 97 procent van de katten komt ooit in aanraking met herpesvirus, de meeste als jonge kat.

Wie loopt het meeste risico, en hoe zit het met asielen en huizen met meer katten?

Kittens, oude katten, katten met een zwakke afweer (bijvoorbeeld met FIV of FeLV) en gestreste katten worden het zieksts. Platneuzige rassen zoals de pers houden vaker blijvende neusproblemen.

Hoe meer katten een ruimte delen, hoe meer niesziekte er is. Asielen, opvangcentra, fokkerijen, kattenpensions en zwerfkatkolonies lopen het meeste risico. Calicivirus besmet ongeveer 10 procent van de katten in kleine groepen en tot 90 procent in drukke plekken zoals asielen.

In een asielonderzoek verspreidde ongeveer 4 procent van de katten herpesvirus bij aankomst en ongeveer de helft een week later, door oude infecties die opvlamden en nieuwe infecties. Veel katten dragen het virus al als ze worden geadopteerd, ook zonder klachten, en een nieuw huis is stress genoeg om het wakker te maken.

Worden katten met klachten apart gezet maar katten zonder klachten meteen gemengd, dan blijft de infectie zich verspreiden vanuit katten die gezond lijken. Zijn er in een huis met meer katten tegelijk meerdere ziek, bel dan meteen de dierenarts, want uitbraken gaan snel.

Een zeldzame, ernstige vorm van calicivirus heeft uitbraken veroorzaakt met zwelling van kop en poten, zweren, gele huid en bloedingen. Er overleed tot ongeveer twee derde van de getroffen katten.

Symptomen van niesziekte

Typisch zijn niezen, een loopneus, tranende of plakkende ogen, rode ogen waarmee de kat veel knippert, kwijlen, moeheid, koorts en minder eten. Een kat kan er een paar hebben of alle.

Het neusvocht begint vaak helder en waterig en wordt later dik. Oogvocht door Chlamydia begint helder en wordt later dik, geelachtig en etterachtig.

Zweertjes op de tong, het gehemelte of de lippen horen bij calicivirus. Ze doen pijn en de kat kan kwijlen.

Veel katten stoppen met eten, omdat een verstopte neus de reuk wegneemt en zweertjes in de mond het eten pijnlijk maken.

Hoesten en snelle ademhaling kunnen betekenen dat de infectie de longen heeft bereikt. Dat is het ernstigst bij jonge kittens. Kittens met calicivirus kunnen een paar dagen kreupel lopen, wat meestal vanzelf overgaat.

Milde gevallen bij gezonde volwassen katten trekken in een tot twee weken weg. De meeste verkoudheden duren 7 tot 10 dagen, al noemen sommige bronnen tot drie weken.

Niezen met hoesten, kokhalzen of benauwdheid

Niezen met hoesten kan wijzen op een probleem in de lagere luchtwegen, niet alleen op een loopneus. Vertel het de dierenarts.

Katten ademen bijna altijd door de neus. Een kat die met open mond ademt, moeite heeft met ademen of in elkaar zakt, moet direct naar een dierenarts. Snel ademen in rust, meer dan ongeveer 35 keer per minuut, wijst op een probleem in de lagere luchtwegen en vraagt de dierenarts.

Niezen samen met hoesten, kokhalzen of minder eten is een reden voor een bezoek aan de dierenarts, net als plotseling heftig niezen dat kan betekenen dat er iets in de neus of keel zit.

Een korte snuivbui waarbij het lijkt alsof de kat scherp inademt (omgekeerd niezen) is bij de meeste katten een onschuldige reflex die in seconden voorbij is. Komt het vaak voor, laat het dan toch door de dierenarts bekijken.

Bij kittens kan Bordetella zich naar de borst uitbreiden en leidt het relatief vaak tot overlijden.

Wat de dierenarts doet en wat thuis helpt

Een dierenarts leidt niesziekte meestal af uit de klachten, nadat hij andere oorzaken heeft bekeken. Een uitstrijkje van oog, neus of mond voor een PCR-test wordt gebruikt als de kat erg ziek is, de klachten niet afnemen of bij een uitbraak.

Een positieve PCR-test kan van een kat komen die het virus alleen draagt, dus de uitslag moet naast de klachten worden gelezen. Eén negatieve uitslag sluit niesziekte niet uit.

De behandeling is vooral ondersteunend: de kat comfortabel houden, met vocht en eten terwijl het lichaam de infectie bestrijdt. Een licht zieke, gezonde volwassen kat heeft misschien geen medicijnen nodig.

Dierenartsen geven vaak antibiotica als er een bacteriële infectie bovenop het virus zit, niet voor het virus zelf. Ze kunnen een antiviraal oogmiddel gebruiken bij herpesvirus-zweertjes op het oog, en antivirale tabletten bij ernstige of langdurige gevallen. Er is geen antiviraal middel dat duidelijk werkt tegen calicivirus.

Andere dingen die een dierenarts kan toevoegen zijn oogdruppels of zalf, pijnstilling voor zere monden, zout water of verneveling om slijm los te maken, en vocht voor een uitgedroogde kat.

Een kat die niet wil eten, krijgt misschien zacht, sterk ruikend voer dat licht is opgewarmd. Sommige katten moeten met de hand gevoerd worden en sommige hebben ziekenhuiszorg nodig met een infuus en een voedingssonde.

Thuis is het gebruikelijke advies: de kat warm en rustig houden, met eten, water, een kattenbak en een mand dichtbij. Veeg vocht uit ogen en neus voorzichtig weg met een vochtig doekje of watten. Een stomende badkamer kan een verstopte neus verlichten; blijf bij je kat in de buurt van heet water.

Dierenartsen raden aan om te vragen voordat je thuis iets probeert of een middel geeft, omdat sommige middelen schadelijk zijn voor katten. Lysine geneest niesziekte niet: onderzoeken zijn wisselend en een asielonderzoek vond dat het klachten en virusverspreiding zelfs kan verergeren.

Duurt het niezen voort, zit het aan één kant of is het bloederig, dan kan de dierenarts naar de tanden en het inwendige van de neus kijken, en röntgenfoto's, een CT of een klein cameraatje (rhinoscopie) gebruiken, vaak onder sedatie of narcose.

De behandeling van andere oorzaken hangt af van wat er wordt gevonden: een voorwerp in de neus wordt onder narcose verwijderd, gebitsproblemen vragen gebitszorg en een gezwel wordt met een monster onderzocht. De meeste katten herstellen in enkele weken. Sommige houden een loopneus of niezen dat terugkomt en wordt beheerst, niet genezen.

Voorkomen: vaccinatie, katten gescheiden houden en minder stress

Vaccinatie tegen herpesvirus en calicivirus hoort bij de basisvaccins die WSAVA voor elke kat adviseert. Het verkleint het risico en voorkomt meestal ernstige ziekte, maar houdt niet altijd infectie of virusverspreiding tegen. Een gevaccineerde kat kan toch niezen door niesziekte, meestal milder, omdat de vaccins tegen herpesvirus en calicivirus minder sterk beschermen dan dat tegen kattenziekte.

Een kat die niesziekte heeft gehad, is niet levenslang beschermd, dus vaccineren na herstel wordt geadviseerd. Vaccins tegen Chlamydia en Bordetella krijgt niet elke kat; de dierenarts beslist op basis van het leven van de kat, bijvoorbeeld een verblijf in een asiel of pension. Een vaccin in de vorm van neusdruppels kan binnen 3 tot 4 dagen beschermen, en dierenartsen kiezen het soms voor katten die in een gedeelde ruimte komen.

Houd een kat met klachten in één kamer, met eigen bakken, een eigen kattenbak en oppervlakken die makkelijk schoon te maken zijn. Een kat kan nog virus verspreiden als de klachten weg zijn, dus vraag de dierenarts wanneer hij weer bij de anderen mag. Was je handen na het verzorgen van een zieke kat, zijn bakken of zijn kattenbak, en maak kattenbakken dagelijks schoon. Verzorg eerst de gezonde katten en als laatste de zieke.

Herpesvirus wordt door de meeste ontsmettingsmiddelen gedood, maar calicivirus is bestand tegen veel ervan, dus grondig schoonmaken is nodig. Schoonmaakmiddelen met bleek worden genoemd als werkend tegen allebei; vraag je dierenarts welk middel je moet gebruiken.

Kijk voordat je een kat meeneemt naar huis of hij niest, tranende ogen of een loopneus heeft, en houd de nieuwe kat de eerste week of langer apart. Eén bron adviseert ongeveer drie weken quarantaine in een huis met andere katten.

Stress maakt herpesvirus wakker. Rustige routines, schuilplekken, geleidelijke kennismakingen en minder katten per groep helpen. Om de neus tegen prikkels te beschermen: vermijd rook, spuitbussen, geurverstuivers en geurkaarsen en overweeg stofarme kattenbakvulling. Een binnenkat heeft minder contact met de schimmel achter sommige langdurige neusziekten en met voorwerpen zoals graszaadjes.

Kunnen mensen of andere huisdieren het krijgen?

De virussen achter niesziekte (herpesvirus en calicivirus) zijn niet bekend als besmettelijk voor mensen, en een kat kan de menselijke griep niet krijgen.

Zeldzame bacteriën die bij niesziekte een rol spelen, kunnen mensen met een zwakke afweer treffen. Mensen met een verminderde afweer of zwangere vrouwen wordt geadviseerd het schoonmaken van kattenbakken zo veel mogelijk te vermijden.

Een hond of ander huisdier draagt de virussen van de kat niet. Bordetella is de uitzondering: besmette honden kunnen het aan katten doorgeven.

Jij kunt wel virus naar een andere kat brengen op je handen of kleding nadat je een zieke kat hebt aangeraakt.

Wat dierenartsen meestal adviseren

Dit is wat dierenartsen meestal adviseren, en wat per land verschilt. Jouw dierenarts kan iets anders adviseren, afgestemd op je kat.

  1. Vanaf ongeveer 8 tot 9 weken

    Eerste basisprik van de kittenreeks (tegen herpesvirus, calicivirus en kattenziekte).

    Sommige richtlijnen beginnen op 6 tot 8 weken, en asielen beginnen vaak eerder. Je dierenarts kan anders adviseren.

  2. 3 tot 4 weken na de eerste prik

    Tweede prik. Er volgen meer prikken tot de kat oud genoeg is, omdat antistoffen van de moeder vroege vaccins kunnen blokkeren.

    ABCD noemt 9 en 12 weken voor het herpesvaccin.

  3. Op 16 weken of later

    Laatste prik van de kittenreeks.

    Antistoffen van de moeder kunnen bij sommige kittens tot ongeveer 20 weken blijven.

  4. Ongeveer 6 tot 12 maanden later

    Eerste booster na de kittenreeks.

    AAHA/AAFP zeggen 6 maanden, ABCD zegt een jaar.

  5. Elke 1 tot 3 jaar

    Boosters voor volwassen katten, naar risico: jaarlijks voor katten die buiten komen, met andere katten leven of naar een pension gaan; tot elke 3 jaar voor binnenkatten met weinig risico.

    Sommige middelen zijn voor 3 jaar geregistreerd. Je dierenarts kan anders adviseren.

  6. Na herstel van niesziekte

    Blijf vaccineren. Een eerdere infectie beschermt niet levenslang.

    Vraag de dierenarts wanneer.

Wat geldt in jouw land

Meer landen volgen.

Goed om te weten

  • De KNMvD (de Nederlandse dierenartsenorganisatie) noemt niesziekte bij de ziekten waartegen alle katten gevaccineerd moeten worden, ook binnenkatten.
  • De folder van de KNMvD zegt dat vaccinaties elk jaar of om de drie jaar worden herhaald, dat de dierenarts persoonlijk advies geeft, en dat een bloedtest eerst kan laten zien of een vaccin nog nodig is.
  • Dezelfde folder zegt dat maar ongeveer een kwart van de katten in Nederland is gevaccineerd (cijfer uit 2021), wat hij veel te laag noemt.

Organisaties

Woorden die je daar tegenkomt

niesziekte
: Kattengriep: de ziekte van de bovenste luchtwegen met niezen, zweertjes in de mond, een loopneus en oogproblemen.

Dit helpt je dierenarts als je kat niest

  • Let op wanneer het niezen gebeurt en wat er toen in de buurt was: parfum, schoonmaakmiddel, kaarsen, rook, kattenbakvullingEen patroon kan wijzen op een prikkel, en het helpt de dierenarts.
  • Kijk naar het vocht: helder, dik, geel of groen, bloederig, uit één neusgat of uit beideKleur en kant helpen de dierenarts onderscheid maken tussen een infectie, een voorwerp, een tand of een gezwel.
  • Kijk of je kat eet, drinkt en de kattenbak gebruiktEen kat die stopt met eten kan snel uitdrogen, en de eetlust zegt meer dan het niezen.
  • Weet wanneer de laatste vaccinatie was en of andere katten thuis ziek zijnDe vaccinatiegeschiedenis en meerdere zieke katten veranderen het plan van de dierenarts.
  • Houd een niezende kat apart van andere katten tot de dierenarts zegt dat het kanNiesziekte gaat over door contact en gedeelde bakken.

Doe dit nooit

  • Geef een niezende kat geen medicijnen voor mensen tegen verkoudheid, allergie of pijnVeel zijn giftig voor katten, sommige dodelijk in kleine hoeveelheden.
  • Begin niet zonder overleg met de dierenarts aan thuisbehandelingen of medicijnenSommige zijn schadelijk, en de stress van het toedienen kan oogproblemen verergeren.
  • Geef geen lysine-supplementen om niesziekte te behandelenOnderzoeken wijzen erop dat het niet werkt en klachten en virusverspreiding kan verergeren.
  • Houd een zieke kat niet bij andere katten en deel geen bakken of kattenbakkenDe virussen gaan over door contact en gedeelde voorwerpen.
  • Denk niet dat een kat die gezond lijkt het niet kan doorgevenDragers en katten die aan het herstellen zijn kunnen virus verspreiden zonder klachten.
  • Gebruik geen geurverstuivers met etherische oliën, geurkaarsen of spuitbussen bij een niezende katZe kunnen de neus prikkelen en sommige etherische oliën zijn giftig voor katten.
  • Denk niet dat een loopneus bij een oudere kat gewoon een verkoudheid isOudere katten hebben meer kans op gebitsproblemen en gezwellen in de neus.
  • Reken niet op één negatieve test om niesziekte uit te sluitenDe virussen worden met tussenpozen uitgescheiden, dus één uitstrijkje kan ze missen.

Fabels en feiten

  • FabelElke nies betekent niesziekte

    FeitAf en toe niezen is normaal. Stof, prikkels, gebitsproblemen, poliepen of een voorwerp in de neus kunnen niezen geven zonder infectie.

  • FabelEen gevaccineerde kat kan geen niesziekte krijgen

    FeitVaccinatie verkleint het risico en maakt de ziekte milder, maar gevaccineerde katten kunnen de virussen toch krijgen en dragen.

  • FabelEen kat die hersteld is, is vrij van het virus

    FeitDe meeste katten die herstellen, blijven drager. Herpesvirus blijft levenslang en kan onder stress opvlammen.

  • FabelLysine geneest niesziekte

    FeitOnderzoeken wijzen erop dat lysine niet werkt en het zelfs erger kan maken.

  • FabelMensen krijgen niesziekte van hun kat

    FeitDe virussen achter niesziekte zijn niet bekend als besmettelijk voor mensen. Was je handen zodat je geen virus naar andere katten brengt.

  • FabelAntibiotica genezen niesziekte

    FeitAntibiotica werken tegen bacteriën, niet tegen de virussen achter niesziekte. Dierenartsen gebruiken ze als er een bacteriële infectie bovenop zit.

  • FabelEen kat die niet niest, kan geen niesziekte hebben

    FeitIn een asielonderzoek had 31 procent van de katten die positief testten geen klachten.

  • FabelEen snuivbui is altijd gevaarlijk

    FeitOmgekeerd niezen is bij de meeste katten een onschuldige reflex die in seconden voorbij is. Komt het vaak voor, laat het dan door de dierenarts bekijken.

Wist je dat?

  • De naam is misleidend

    Kattengriep is geen influenza. Het komt van kattenvirussen en bacteriën, daarom kunnen mensen het niet aan hun kat geven of van hem krijgen.

  • Een verstopte neus kan de eetlust uitzetten

    Katten kiezen hun eten op geur. Met een verstopte neus stoppen ze soms met eten, daarom wordt warm, sterk ruikend voer aangeboden.

  • Calicivirus is een overlever

    Op droge oppervlakken kan calicivirus tot een maand besmettelijk blijven, en het is bestand tegen veel ontsmettingsmiddelen.

  • Van vier procent naar de helft in een week

    In een asielonderzoek verspreidde ongeveer 4 procent van de katten herpesvirus bij aankomst, en ongeveer de helft een week later.

  • Bijna elke kat ontmoet herpesvirus

    Tot 97 procent van de katten komt tijdens zijn leven in aanraking met het feline herpesvirus.

Wanneer naar de dierenarts?

  • Spoed: ga nuDirect: ademen met open mond, moeite met ademen of in elkaar zakken; gele huid, bloedingen of een gezwollen kop en poten met zweren.
  • Spoed: ga nuVandaag: bloed in de nies of het neusvocht, een kat die niet kan stoppen met niezen, plotselinge heftige niesbuien, of een kat die meer dan een dag helemaal niet eet.
  • Binnen een paar dagenSnel: niezen langer dan ongeveer een week, dik geel of groen vocht, vocht uit één neusgat, rode, dichtgeknepen of troebele ogen, zweertjes in de mond of kwijlen.
  • Binnen een paar dagenSnel: de kat eet of drinkt veel minder, is heel stil of heeft koorts, of hoest of ademt snel in rust.
  • Binnen een paar dagenSnel en vroeg: elk kitten, elke oudere kat en elke kat met FIV of FeLV die niest of vocht uit de ogen heeft.
  • Binnen een paar dagenSnel: meerdere katten tegelijk ziek in een huis, asiel of pension.
  • Bij de volgende controleBij een controle: af en toe niezen dat terugkomt, de data van vaccinaties, en een kat die niesziekte draagt en onder stress opvlamt.

Vraag het je dierenarts

Wij leggen uit, je dierenarts adviseert. Neem deze vragen mee:

  1. 1Kan dit een prikkel, een allergie of iets in de neus zijn, en niet niesziekte?
  2. 2Moeten de tanden worden nagekeken?
  3. 3Heeft mijn kat een uitstrijkje nodig, en van het oog, de neus of de mond?
  4. 4Is dit herpesvirus, calicivirus, bacteriën erbovenop, of een mengeling?
  5. 5Helpen antibiotica hier, of is dit een virus dat met ondersteunende zorg afneemt?
  6. 6Eet en drinkt mijn kat genoeg, en hebben we hulp nodig met voer of vocht?
  7. 7Zijn de vaccinaties van mijn kat tegen herpesvirus en calicivirus op orde, en wanneer is de volgende booster?
  8. 8Kan mijn kat een levenslange drager zijn, en hoe bescherm ik de andere katten thuis?
  9. 9Moet mijn kat getest worden op FIV en FeLV?
  10. 10Wanneer mag mijn kat weer bij andere katten?
  11. 11Welke onderzoeken raadt u aan (uitstrijkje, bloedtest, röntgenfoto) en wat kosten ze?

Ben je dierenarts of werk je in een dierenkliniek?

We bouwen een overzicht van dierenartsen, zodat katteneigenaren een praktijk in de buurt vinden. Schrijf ons, dan nemen we jullie praktijk op in het register.

Schrijf ons
Of kopieer het adres[email protected]

Vragen die mensen stellen

  • Waarom niest mijn kat zoveel?

    Een kat niest veel als iets de neus prikkelt: stof, geuren of rook, een infectie zoals niesziekte, een gebitsprobleem of iets dat in de neus zit. Kijk naar het vocht, de ogen en de eetlust, en ga naar een dierenarts als het niezen langer dan ongeveer een week duurt.

  • Is het erg als een kat niest?

    Eén niesje, of een paar na een kriebel van stof, is normaal. Niezen dat vaak voorkomt, met vocht, zere ogen of minder eten, of met bloed, vraagt een dierenarts.

  • Mijn kat niest veel maar is niet ziek. Is dat normaal?

    Een kat die eet, speelt en heldere ogen heeft, kan toch niezen door een prikkel zoals stoffige kattenbakvulling, parfum, rook of een kaars. Noteer wanneer het gebeurt en haal de waarschijnlijke oorzaak weg. Blijft het langer dan ongeveer een week, of komt er een ander teken bij, maak dan een afspraak.

  • Mijn kat niest af en toe. Wat betekent dat?

    Af en toe niezen is de neus die zichzelf opruimt en is meestal geen reden tot zorg. Let op meer niezen, vocht, wrijven aan de neus of minder eten.

  • Waarom niest mijn kat ineens veel?

    Plotseling wild niezen kan betekenen dat er iets in de neus zit, zoals een graszaadje. Een verkoudheid die met niezen begint komt vaker na een stressvolle gebeurtenis, een nieuwe kat of een verblijf in een pension. Een kat die in buien niest of niet kan stoppen, moet door een dierenarts worden gezien.

  • Wat zijn de symptomen van niesziekte?

    Niezen, een loopneus, tranende of plakkende ogen, koorts, kwijlen, zweertjes in de mond, moeheid en minder eten. Calicivirus geeft vaker zweertjes in de mond en herpesvirus de zwaarste oog- en neusklachten.

  • Hoe weet ik of mijn kat niesziekte heeft?

    Thuis kun je het niet zeker weten. Niezen met een loopneus en loopogen, koorts, zweertjes in de mond of verlies van eetlust wijst op niesziekte, maar stof, tanden en voorwerpen in de neus kunnen er hetzelfde uitzien. Een dierenarts beslist op de klachten en kan een uitstrijkje nemen.

  • Gaat een verkoudheid bij een kat vanzelf over?

    Bij een gezonde volwassen kat vaak wel: de meeste verkoudheden duren 7 tot 10 dagen. Een kitten, een oudere kat of een kat die stopt met eten moet naar de dierenarts. Het virus zelf blijft meestal in het lichaam, dus het niezen kan onder stress terugkomen.

  • Is niesziekte besmettelijk voor mensen?

    Nee. De virussen achter niesziekte zijn niet bekend als besmettelijk voor mensen. Ze gaan wel over tussen katten, en je kunt ze op je handen en kleding meenemen, dus was je handen na het verzorgen van een zieke kat.

  • Wanneer moet ik met mijn niezende kat naar de dierenarts?

    Snel bij niezen dat langer dan ongeveer een week duurt, dik geel of groen vocht, vocht uit één neusgat, rode ogen, zweertjes in de mond, koorts of minder eten, en bij elk kitten met klachten. Direct bij bloed, ademen met open mond of een kat die niet kan stoppen met niezen.

  • Wat als mijn kat bloed niest?

    Bel direct je dierenarts. Bloed kan komen van een voorwerp in de neus, een infectie, een gebitsprobleem, een schimmelinfectie of een gezwel, en alleen onderzoek kan zeggen wat het is.

  • Mijn kat niest en heeft traanogen. Wat is dat?

    Niezen met tranende ogen is typisch voor niesziekte, vooral door herpesvirus. Het kan ook een prikkel zijn. Dik of geelgroen vocht, dichtgeknepen of rode ogen betekenen een bezoek aan de dierenarts.

  • Mijn kat hoest en niest. Wat moet ik doen?

    Bel de dierenarts. Hoesten met niezen kan betekenen dat de infectie de lagere luchtwegen heeft bereikt, en snel ademen in rust of ademen met open mond is een noodgeval.

  • Mijn kat niest en slaapt veel. Hoe komt dat?

    Een kat die niest en veel stiller is dan normaal, voelt zich waarschijnlijk ziek, met koorts of een zere mond. Ga snel naar de dierenarts, zeker als hij ook minder eet of drinkt.

  • Mijn kat niest en kokhalst. Is dat erg?

    Niezen met kokhalzen is een reden voor de dierenarts. Plotselinge, heftige niesbuien met kokhalzen kunnen betekenen dat er iets in de neus of keel zit.

  • Wat moet ik doen met een niezende kat?

    Haal waarschijnlijke prikkels weg, veeg vocht voorzichtig weg, houd de kat warm en apart van andere katten terwijl je kijkt hoe het gaat. Bel de dierenarts als het niezen aanhoudt, het vocht dik of bloederig wordt of de kat minder eet. Geef geen medicijnen voor mensen.

  • Kunnen katten hooikoorts krijgen?

    Katten kunnen een allergische neusontsteking hebben, zoals hooikoorts, door stof, pollen, schimmel of rook. Meestal geeft het niezen en helder, waterig vocht. Omdat infecties en andere oorzaken erop lijken, vraag je eerst een dierenarts voordat je het behandelt.

  • Mag ik mijn kat een antihistaminicum voor mensen geven tegen het niezen?

    Niet gokken. Veel medicijnen voor mensen tegen verkoudheid en allergie zijn giftig voor katten. Vraag het eerst een dierenarts voordat je iets geeft.

  • Mijn kat heeft FIV en niest. Is dat normaal?

    Katten met FIV of FeLV kunnen een zwaardere niesziekte krijgen omdat de afweer zwakker is, dus niezen bij deze katten verdient een controle door de dierenarts.

  • Kan een gevaccineerde kat niesziekte krijgen?

    Ja, maar de ziekte is meestal milder. Vaccinatie verkleint het risico en de ernst en hoort bij de basisvaccins voor elke kat.

Lees ook

Een kat in huis?

Registreer je kat gratis bij SpotKat, met foto's en chipnummer bij elkaar.